‘Wat voor man zou hij zijn geworden als hij de kans had gehad’? Haar vraag overvalt me. De vraag overvalt me én tegelijkertijd gaat er geen week voorbij dat ik me dat zelf niet afvraag. Hoe zou hij zich ontwikkeld hebben, zouden zijn interesses zijn veranderd of verder uitgediept, waar en hoe zou hij maatschappelijk terecht zijn gekomen, hoe zou het tussen ons samen zijn geweest en hoe zou mijn ontwikkeling naast hem zijn geweest?
Wie zou ik zijn als hij er nog was? Wat vindt hij van de stappen die ik zet, de dingen die ik doe, de weg die ik ben ingeslagen?

En wat voor vader zou hij zijn geweest?
Naast mijn eigen gemis is dat gemis, zo mogelijk, nog pijnlijker.
Ik heb beelden van hun vader;  spelend op de vloer stoeiend met zijn twee zoontjes, van een wandeling in het bos mét buggy, van een eerste en tweede verjaardag.
Maar hoe hij zou zijn geweest als vader van twee peuters/kleuters, twee basisschoolkinderen, twee tieners, twee puberende jongens, twee twintigers? En alles wat twee jongens / mannen daarin tegen kunnen komen?

Het gemis kan me als een mokerslag treffen als ik in de trein een vader met zoon zie, zo te horen op weg naar NEMO in Amsterdam. Als ik een vader met zonen naar een voetbalwedstrijd zie lopen. Als ik toeschouwer ben van een (compleet) gezin dat zich verheugt en voorbereidt op een gezamenlijke vakantie. Of in een gesprek verzeil waarin ouders samen vertellen over hun kind(eren), samen herinneringen ophalen.

Ik heb dit wel eens met mijn zonen besproken, het feit dat ze dit allemaal niet hebben gehad. Althans niet op de manier zoals het ‘zou moeten’. Het gemis van een voorbeeld, een leidraad, het gemis van mannelijke energie in huis. Mannenzaken delen, doen, ervaren. ‘Ja maar mam, we weten toch niet beter, we weten toch niet wat we missen en het gaat toch goed met ons’? En dan voel ik ook zo dat het mijn eigen gemis is, dat ik ze zo graag een vader had gegund, dat ik ze zo graag HUN vader had gegund. Dan laat ik maar weer toe dat dat gemis pijn doet, verdrietig maakt, me van slag maakt. De ene keer in mijn eentje, de andere keer is een van hen toeschouwer en krijg ik een dikke knuffel.

‘Wat voor man zou hij zijn geweest als hij de kans had gehad?’
Ik had me geen betere kunnen wensen. Hij zou me gesteund en gemotiveerd hebben om mijn eigen pad te gaan. De jongens hadden geen betere vader kunnen hebben. Ik zie hem terug in hun doen en laten.
Zijn nalatenschap zonder aanwezig te zijn. Zijn erfenis aan hen.
En nu staat hij aan mijn zij en samen staan we pal achter onze zonen.
Ieder vanuit onze eigen wereld.
En dan is er ‘ik heb gemist en ik heb gekregen’, dan is er pijn en trots.
Die wetenschap en dat gevoel koester ik met alle liefde.