In het nest waar ik terecht kwam waren nog veel touwtjes uit het verleden
die trokken aan mijn ouders. Touwtjes van verlies en gemis, gevoelens van ‘kleiner dan’ versus gevoelens van ‘groter dan’ en noem maar op.
Het nest bevond zich in een boerenbedrijf waarin hard gewerkt werd en waarin
we het niet breed hadden. Een boerderij die de tand des tijds niet goed had doorstaan en er waren weinig middelen om dit te veranderen (tot grote frustratie van mijn moeder).
Hard werken, niet zeuren.
Er waren al drie kinderen toen ik kwam, ik was de vierde in vijf jaren tijd.
Ik kwam, ik zag en ik voelde dat er (hoewel veel mensen en een drukte van belang) ‘niemand beschikbaar voor me was’.
De taak die ik mij oplegde; ‘ik moet het alleen doen’, ‘ik moet zorgen voor de ander’, ‘ik moet niemand tot last zijn en niet teveel ruimte in nemen’.
Zeker ook toen er, na mij, nog drie kinderen  kwamen in vier jaren tijd.
En toen waren het er zeven dus. En voor mij een bevestiging van mijn eerder genoemde taak. Zorgen dat ze ‘met mij geen werk hadden’.

Er was geen aanraken. Niet aan de buitenkant.
Er waren geen omarmingen, knuffels, geen kusjes, geen wiegen;
daar leek geen ruimte voor, dat hadden mijn ouders niet ontvangen en dat konden zij ons niet geven.
Er was geen aanraken. Niet aan de binnenkant.
Geen aandacht voor gevoelens, emoties wérkelijk binnen te laten komen.
Althans, er werd aan die binnenwereld geen woorden gegeven.
Voor mij wederom een bevestiging van mijn eerder genoemde taak.
Mijn buik ging op slot en mijn brein (en de rest van mijn lijf) ging overuren draaien.

Mijn buitenkant werd 14 dagen lang aangeraakt toen ik in het ziekenhuis terecht kwam (ik was zeven jaar) omdat ik zo’n buikpijn had…(….).
Twee weken waarin mijn moeder me kwam bezoeken en elk bezoek  kreeg ik een warme knuffel bij binnenkomst en bij haar vertrek. Daar keek ik zo naar uit.
Na deze twee weken was het weer afgelopen.
Over tot de orde van dag; ‘hard werken en niet zeuren’.

En zo hebben we allemaal onze strategie.
Een verhaal dat we zélf schrijven ahv dát wat we in ons nest tegenkomen.
We komen er een heel eind mee, we leren zoveel, onze kwaliteiten ontwikkelen zich en we ‘overleven’. Voor díé periode klopt het helemaal.
En voor heel veel mensen blijft het kloppen; is het zelf-geschreven-verhaal en deze strategie een mooie manier van leven, ook als je opgroeit en volwassen wordt.

Voor mij was het lange tijd een prima verhaal.
En toen de liefde kwam, kwam ook een tijd om dit aanraken te ontdekken. Kwetsbaar durven zijn.
Me ten diepste te verbinden met mijn lief. Aangeraakt, gevoed en gedragen te worden zonder alert te hoeven zijn.
Mijn buik ging van het slot en de leegte in mijn buik werd langzaam opgevuld.

Zijn overlijden kwam veel te snel, we zaten nog allebei in onze zoektocht naar onze kwetsbaarheid en onkwetsbaarheid en hoe elkaar aan te raken op de grens.
Er was nog onvoldoende fundament en alles werd fragiel en spatte in duizend stukjes uit elkaar.
En mijn strategie van tóén werd wederom mijn strategie:
‘ik doe het wel alleen’, ‘zorgen voor de ander (mijn zoontjes)’,
‘niet teveel ruimte innemen’, ‘hard werken en niet voelen’.
En het aanraken aan de binnenkant en buitenkant werd geparkeerd.
Mijn buik ging op slot en de leegte kwam terug.

In de periode daarna waren (en zijn) er continu situaties, perioden en personen die mij triggerden in (aan)raken en (aan-)geraakt worden van de binnen- en de buitenkant.
Bij issues als,
afstand en nabijheid;
kwetsbaar en onkwetsbaar voelen;
uitreiken (hulp vragen) en vastpakken (hulp aannemen);
angst en verlangen.

En waarin ik elke keer weer opnieuw ervaar, verlang, wens, oefen, ontwikkel, val en weer opsta.
Waarin de leegte in mijn buik zich vult met mijn eigen energie, loslaten van het oude, overgave en vertrouwen, vergeving, ontspanning, zelfrespect en eigenwaarde.
En waarin ik soms weer kennis maak met een pijn of gemis, dat ik dan kan omarmen als een deel van mij. Dat er dan wel is maar niet meer leidend is.

En élke keer weer, élke keer weer, het besef dat IK het ben die ervaart, voelt, en keuzes mag maken.
Kies ik voor dat wat ik altijd heb gehad (vaak gevoed door angst en vermijding)?
of
Kies ik voor een ander, nieuw, onbekend pad (gevoed door verlangen)?

Bij álles wat we tegenkomen in ons leven, élke keer weer de wetenschap dat we de mogelijkheid hebben om het eigen verhaal te herschrijven.
En de moed (en veerkracht) om élke keer opnieuw te beginnen.

Mooie mensen

 

P.S. Ik vertel mijn verhaal met een diep respect voor mijn ouders en hun leven.
Datzelfde respect heb ik voor de manier waarop ze mij hebben groot gebracht;
met de beste intenties en alles wat ze in zich hadden.
Ik heb daarin gekregen en gemist en het is aan mij om daar vorm aan te geven in mijn leven.