‘Ik weet het eigenlijk niet zo goed’, zegt ze.
‘Ik weet niet zo goed wat er met me aan de hand is, ik kan niet zo goed verwoorden hoe ik me voel’.
‘Mijn dochter is het huis uit, na mijn twee oudste kinderen is dan ook mijn jongste het huis uit’.
Ik heb me zo met haar verkneukeld over dit moment, haar appartement ingericht.
Zo intens met haar gedroomd over hoe het deze nieuwe fase er uit gaat zien, haar verwachtingen en haar verlangen’.
Me zo met mijn man verheugd op, wederom, een leven met ons twee en hoe we dit samen graag in willen vullen. Samen en ook ieder apart’.

‘En sinds ze een maand geleden is vertrokken, uitgezwaaid door haar broer, zus en door ons voel ik me zo …….. ik weet niet hoe ik het moet omschrijven; verdrietig, lusteloos, wanhopig, onrustig.
Dat zo allemaal……’.

Geleidelijk aan gaat het gesprek van haar huidige gezin naar haar gezin van oorsprong.
Hoe ze haar moeder al vrij jong verloor en hoe zij als oudste dochter voor de ‘jongere broers en zussen’ moest zorgen.
Hoe een van haar broers een motorongeluk kreeg en verder leefde met een lichamelijke beperking.
En hoe ze ook, bijna als vanzelfsprekend, dáár de zorg over kreeg.
Hoe zijn relatie eindigde en hoe hierdoor ook háár relatie eindigde met een fijne, toekomstige, schoonzus waar zij haar lief en leed mee kon delen.
En hoe ze het gevoel had dat ze (wéér) alleen achter bleef.

Het is even stil en ik zeg zacht
‘En met het uit-huis-gaan van je dochter wordt álles in je lichaam weer wakker’.
Haar ogen worden groot en vullen zich met tranen en ze fluistert;
‘Ja, dát is het. Álles in me wordt weer wakker’.

Afbeelding kan het volgende bevatten: wolk, lucht, oceaan, buiten, natuur en water